Als je in de ambachtelijke sector werkt of interesse hebt in verschillende ambachten, is het handig om relevante Duitse woordenschat te kennen. Hieronder vind je een lijst met belangrijke Duitse woorden die vaak gebruikt worden in de wereld van ambachtslieden en handwerkberoepen.
Schreiner – Timmerman. Deze term wordt gebruikt voor iemand die gespecialiseerd is in houtbewerking en het vervaardigen van houten voorwerpen of structuren.
Der Schreiner arbeitet an einem neuen Schrank.
Maurer – Metselaar. Een vakman gespecialiseerd in het bouwen met bakstenen, blokken, of steen.
Der Maurer mauert eine neue Wand.
Schmied – Smid. Deze persoon vervaardigt voorwerpen uit metaal door het te smeden, meestal met behulp van een aambeeld en hamer.
Der Schmied formt das heiße Eisen auf dem Amboss.
Tischler – Meubelmaker. Een ambachtsman die gespecialiseerd is in het maken van meubels.
Der Tischler fertigt einen maßgeschneiderten Schreibtisch.
Zimmermann – Timmerman gespecialiseerd in grotere houtconstructies zoals huizen of schuren.
Der Zimmermann arbeitet am Dachstuhl des Hauses.
Metzger – Slager. Een professional die zich bezighoudt met het slachten van dieren en het voorbereiden en verkopen van vlees.
Der Metzger bereitet die Wurst vor.
Bäcker – Bakker. Een ambachtsman die brood, gebak en andere bakkerijproducten maakt.
Der Bäcker bäckt frisches Brot.
Konditor – Banketbakker. Een gespecialiseerde bakker die zich richt op het maken van zoetigheden zoals cakes en chocolade.
Der Konditor dekoriert eine Torte mit Schokolade.
Stuckateur – Stukadoor. Deze vakman brengt pleisterwerk of stucwerk aan op muren en plafonds.
Der Stuckateur verputzt die Innenwand des Gebäudes.
Installateur – Installateur. Een technicus die gespecialiseerd is in het installeren en repareren van systemen zoals verwarming, sanitair of elektra.
Der Installateur repariert die Heizungsanlage.
Fliesenleger – Tegelzetter. Iemand die gespecialiseerd is in het leggen van tegels.
Der Fliesenleger verlegt die Keramikfliesen im Badezimmer.
Dachdecker – Dakdekker. De persoon die daken bouwt en repareert, vaak met het gebruik van speciale materialen zoals dakpannen of leistenen.
Der Dachdecker deckt das Dach mit neuen Ziegeln.
Gärtner – Tuinier. Deze professional ontwerpt, onderhoudt en verzorgt tuinen en andere groene ruimtes.
Der Gärtner pflanzt neue Blumen im Garten.
Elektriker – Elektricien. Een vakman die elektrische systemen installeert, onderhoudt en repareert.
Der Elektriker installiert eine neue Lampe.
Goldsmith – Goudsmid. Een ambachtsman die sieraden en andere voorwerpen maakt van edele metalen.
Der Goldschmied fertigt einen neuen Ring aus Gold.
Door deze vocabulaire te beheersen, kun je effectiever communiceren binnen de Duitse ambachtsgemeenschap en je professionele vaardigheden verbeteren. Het leren van specifieke terminologie helpt niet alleen in de dagelijkse praktijk, maar opent ook deuren naar nieuwe kansen en ervaringen in het vakgebied.




